Beheer van build-artifacts, versiebeheer en opslag om volledige traceability te realiseren tussen build, test en release.
Artifact Management richt zich op het beheren, opslaan en versiebeheer van build-output. Artifacts vormen de basis voor deployment en zijn essentieel voor traceability binnen het delivery proces.
Zonder goed artifact management ontstaat risico op inconsistentie, onherhaalbare builds en verlies van controle over releases.
Artifacts zijn de output van het build proces en worden gebruikt in vervolgstappen zoals testing en deployment.
π Artifacts zijn de βdeploybare eenhedenβ van een oplossing.
π Het doel is controle en betrouwbaarheid in het delivery proces.
Versioning zorgt ervoor dat iedere artifact uniek en herleidbaar is.
π Goede versioning maakt rollback en probleemanalyse mogelijk.
Traceability zorgt ervoor dat iedere stap in het proces gekoppeld is:
Requirement β Build β Artifact β Test β Release
π Hierdoor is altijd inzichtelijk wat er is gebouwd, getest en uitgerold.
Artifacts worden centraal opgeslagen in repositories of artifact stores.
π Centrale opslag voorkomt verlies en versnippering van artifacts.
CI Pipeline
β
Build
β
Artifact Storage
β
Deployment Pipeline
π Artifacts vormen de overdracht tussen CI en CD.
π In beide gevallen zijn artifacts essentieel voor overdraagbaarheid tussen omgevingen.
Build β Artifact β Storage β Deploy β Run
π Artifact Management verbindt build en deployment tot een gecontroleerde keten.
Artifact Management zorgt voor gecontroleerd beheer van build-output, versioning en opslag. Hierdoor ontstaat een betrouwbare en traceerbare delivery pipeline.