πŸ—‚οΈ Artifact Management

Beheer van build-artifacts, versiebeheer en opslag om volledige traceability te realiseren tussen build, test en release.

← Terug naar Build & Test

Introductie

Artifact Management richt zich op het beheren, opslaan en versiebeheer van build-output. Artifacts vormen de basis voor deployment en zijn essentieel voor traceability binnen het delivery proces.

Zonder goed artifact management ontstaat risico op inconsistentie, onherhaalbare builds en verlies van controle over releases.


1. Wat zijn artifacts?

Artifacts zijn de output van het build proces en worden gebruikt in vervolgstappen zoals testing en deployment.

  • build output en packages
  • solution artifacts
  • configuratiebestanden
  • scripts en pipelines

πŸ‘‰ Artifacts zijn de β€œdeploybare eenheden” van een oplossing.


2. Doel van Artifact Management

  • centrale opslag van build-output
  • beheer van versies en releases
  • volledige traceability tussen stappen
  • herhaalbare en reproduceerbare deployments

πŸ‘‰ Het doel is controle en betrouwbaarheid in het delivery proces.


3. Versioning

Versioning zorgt ervoor dat iedere artifact uniek en herleidbaar is.

  • semantic versioning (major / minor / patch)
  • koppeling aan buildnummer of commit
  • historie van releases en wijzigingen

πŸ‘‰ Goede versioning maakt rollback en probleemanalyse mogelijk.


4. Traceability

Traceability zorgt ervoor dat iedere stap in het proces gekoppeld is:

Requirement
   ↓
Build
   ↓
Artifact
   ↓
Test
   ↓
Release

πŸ‘‰ Hierdoor is altijd inzichtelijk wat er is gebouwd, getest en uitgerold.


5. Opslag en beheer

Artifacts worden centraal opgeslagen in repositories of artifact stores.

  • centrale opslag (artifact repository)
  • toegangsbeheer en beveiliging
  • retentie en lifecycle management

πŸ‘‰ Centrale opslag voorkomt verlies en versnippering van artifacts.


6. Relatie met CI/CD

CI Pipeline
     ↓
Build
     ↓
Artifact Storage
     ↓
Deployment Pipeline

πŸ‘‰ Artifacts vormen de overdracht tussen CI en CD.


7. Toepassing per platform

Power Platform

  • solution packages
  • configuratie en metadata

Microsoft Fabric

  • data pipelines en notebooks
  • scripts en datasets

πŸ‘‰ In beide gevallen zijn artifacts essentieel voor overdraagbaarheid tussen omgevingen.


8. Best practices

  • gebruik centrale artifact storage
  • implementeer consistente versioning
  • zorg voor volledige traceability
  • automatiseren via pipelines
  • gebruik immutable artifacts (niet aanpassen na build)

9. Veelgemaakte fouten

  • geen centraal artifactbeheer
  • onduidelijke versie structuur
  • artifacts handmatig aanpassen
  • geen traceability tussen build en release

πŸ“Š Conceptueel model

Build β†’ Artifact β†’ Storage β†’ Deploy β†’ Run

πŸ‘‰ Artifact Management verbindt build en deployment tot een gecontroleerde keten.


Samenvatting

Artifact Management zorgt voor gecontroleerd beheer van build-output, versioning en opslag. Hierdoor ontstaat een betrouwbare en traceerbare delivery pipeline.