Deze fase richt zich op de gecontroleerde uitrol van oplossingen naar omgevingen, waarbij stabiliteit, voorspelbaarheid en governance centraal staan.
Binnen de Deploy fase wordt onderscheid gemaakt tussen:
👉 Samen zorgen deze onderdelen voor een gecontroleerde en voorspelbare uitrol van oplossingen.
Deploy maakt gebruik van DevOps-principes zoals version control en pipelines, maar richt zich op de praktische toepassing binnen Power Platform en Microsoft Fabric.
Deze onderwerpen beschrijven hoe de deploymentomgeving wordt ingericht, zodat deployments gecontroleerd en reproduceerbaar uitgevoerd kunnen worden.
Inrichten van omgevingen, OTAP-structuur en deployment inrichting binnen Power Platform zonder DevOps tooling.
Open documentatieBeheer van environment-specifieke instellingen, variabelen en configuratie voor consistente deployments.
Open documentatieDeze onderwerpen beschrijven hoe deployments daadwerkelijk worden uitgevoerd, geautomatiseerd en beheerd binnen de ingerichte omgeving.
Gebruik van version control (Git) voor code, configuratie en data. Geïmplementeerd via DevOps Repos.
Open documentatieAutomatiseren van deployments via pipelines (CI/CD). Onderdeel van DevOps Pipelines.
Open documentatieGovernance, approvals en richtlijnen voor gecontroleerde deployment binnen OTAP.
Open documentatiePlanning, coördinatie en beheersing van releases en versioning.
Open documentatiePraktische werkinstructies inclusief deploy-stappen, checks en rollback scenario’s.
Open documentatieDeployment van data pipelines, notebooks en modellen binnen Microsoft Fabric.
Open documentatieDeployment van Dataverse solutions inclusief layering en dependencies.
Open documentatieStrategieën voor herstel en rollback bij fouten tijdens deployments.
Open documentatie