⚙️ Configuration Management

Beheer van environment-specifieke instellingen en variabelen voor consistente en betrouwbare deployments

← Terug naar Deploy

1. Introductie

Configuration Management richt zich op het beheren van alle instellingen die per omgeving verschillen.

Het doel is om deployments herhaalbaar, voorspelbaar en gecontroleerd uit te voeren zonder handmatige configuratie.

👉 Scheid altijd code en configuratie om deployments stabiel te houden.

2. Doel

  • Consistente deployments over alle omgevingen
  • Geen hardcoded configuratie
  • Beheersbare en herbruikbare oplossingen
  • Automatisering van deployment processen

3. Wat valt onder Configuration

Omgevingsinstellingen

  • API endpoints
  • URL’s
  • Feature toggles

Variabelen

  • Environment variables
  • Parameters voor business logic

Integraties

  • Connection references
  • Service accounts

Metadata

  • Option sets
  • Standaardwaarden
👉 Deze configuratie vormt de basis waarop alle andere componenten afhankelijk zijn.

4. Architectuurprincipes

Scheiding van code en configuratie

  • ❌ Geen hardcoded waarden
  • ✅ Gebruik configuratievariabelen

Aparte configuratie-laag

  • Eigen solution of module
  • Deploy altijd als eerste

Environment-aware

  • Oplossing past zich aan per omgeving
  • Geen environment-specifieke code

Centralisatie

  • Eén centrale plek voor configuratie

Security

  • Beveilig gevoelige gegevens
  • Gebruik secure opslag voor secrets

5. Werking binnen OTAP

  • DEV: test configuratie
  • TST: integratie configuratie
  • ACC: acceptatie configuratie
  • PRD: productie configuratie
👉 De oplossing blijft gelijk — alleen de configuratie verandert per omgeving.

6. Deployment proces

  1. Deploy solution naar omgeving
  2. Instellen van configuratie via pipeline
  3. Koppelen van integraties
  4. Validatie van configuratie
  5. Eventuele post-deployment stappen
👉 Automatiseren van configuratie voorkomt fouten en versnelt deployments.

7. Checklist

  • Alle configuratie is geïdentificeerd
  • Geen hardcoded waarden
  • Configuratie via pipeline ingesteld
  • Omgevingswaarden correct ingevoerd
  • Integraties werken correct

8. Veelgemaakte fouten

  • Hardcoded instellingen
  • Handmatige configuratie
  • Geen scheiding tussen omgevingen
  • Verspreide configuratie

9. Best Practices

  • Gebruik environment variables
  • Automatiseer via pipelines
  • Documenteer configuratie
  • Gebruik defaults en overrides
✅ Goede configuratie is de sleutel tot stabiele deployments

10. Samenvatting

  • Configuratie bepaalt gedrag per omgeving
  • Scheid configuratie van code
  • Automatiseer configuration management
  • Voorkom handmatig werk