πŸ”§ Environment Variables

← Terug naar Develop

Environment Variables worden gebruikt om configuratiewaarden los te koppelen van oplossingen (Solutions), zodat deze per omgeving kunnen verschillen zonder dat componenten of code aangepast hoeven te worden.

Environment Variables vormen een essentieel onderdeel van een goed ingericht ALM-proces en ondersteunen herbruikbare, onderhoudbare en deployment-vriendelijke oplossingen.

Configuration should be deployed, values should be managed per environment.


NOTE

Deze pagina beschrijft het aanmaken en ontwerpen van Environment Variables binnen Power Platform Solutions.

Het instellen en beheren van omgevingsspecifieke waarden (DEV, TST, ACC en PRD) wordt beschreven in de aparte pagina:

πŸ‘‰ Environment Variables - Beheren & Configureren

Hiermee wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen:

  • Environment Variable Definition (onderdeel van de Solution)
  • Environment Variable Values (omgeving-specifieke configuratie)

🎯 Doel

Environment Variables ondersteunen:


🧠 Wat zijn Environment Variables?

Environment Variables bestaan uit twee onderdelen:

Environment Variable Definition

De definitie van een configuratie-item dat onderdeel is van een Solution.

Voorbeelden:

Environment Variable Value

De daadwerkelijke waarde die per omgeving wordt ingesteld.

Voorbeelden:

Omgeving API Endpoint
DEV dev_externalapi.nl
TST test_externalapi.nl
ACC acc_externalapi.nl
PRD externalapi.nl

Hierdoor blijft dezelfde oplossing bruikbaar in meerdere omgevingen.


πŸ—οΈ Wanneer gebruik je Environment Variables?

Gebruik Environment Variables voor configuratie die per omgeving kan verschillen.

Voorbeelden

Vermijd


πŸ“¦ Solution Placement

Environment Variables worden altijd aangemaakt binnen de:

{prefix}_configuration

solution.

Waarom?

Configuratie moet los staan van:

Dit maakt deployments eenvoudiger en vermindert afhankelijkheden.


πŸ“ Naamgeving

Display Name

Gebruik een functionele en begrijpelijke naam.

Voorbeelden

Richtlijnen

βœ… Beschrijvend

βœ… Functioneel

βœ… Begrijpelijk voor beheerders


Technical Name

Formaat

<publisher>_<name>_<type>

Voorbeelden

brenke_sharepoint_url
brenke_api_endpoint
brenke_application_name
brenke_feature_toggle

Richtlijnen

βœ… Lowercase

βœ… Gebruik underscores

βœ… Consistent met Naming Conventions

βœ… Publisher Prefix opnemen


πŸ“Š Datatypes

Kies altijd het eenvoudigste datatype dat voldoet aan de behoefte.

Beschikbare typen

Richtlijnen

βœ… Gebruik JSON alleen wanneer meerdere configuraties gecombineerd moeten worden.

βœ… Gebruik Boolean voor feature flags.

βœ… Gebruik Text voor URLs en namen.


πŸ”„ Default Value

De Default Value maakt onderdeel uit van de Solution.

Kenmerken

Richtlijnen

βœ… Alleen gebruiken wanneer een standaardwaarde gewenst is.

βœ… Geschikt voor gedeelde instellingen.

Let op

⚠️ De Default Value is niet automatisch de actieve waarde.


βš™οΈ Current Value

De Current Value is de actieve waarde binnen de omgeving.

Kenmerken

Richtlijnen

βœ… Beheer per omgeving afzonderlijk.

βœ… Zorg dat DEV, TST, ACC en PRD correct zijn ingericht.

Voorbeelden

DEV  -> API Dev
TST  -> API Test
PRD  -> API Productie

πŸ“€ Export Value

Bepaalt of een waarde wordt geΓ«xporteerd met de Solution.

Aanbevolen instelling

No (False)

Gebruik Yes

Alleen wanneer dezelfde waarde in iedere omgeving gebruikt moet worden.

Gebruik No

Wanneer de waarde per omgeving verschilt.

Voorbeelden:

Waarom?

Voorkomt het overschrijven van configuratie tijdens deployments.


πŸ”§ Gebruik binnen oplossingen

Environment Variables kunnen worden gebruikt binnen:

Power Automate

Power Apps

Dataverse

Integraties


πŸ›οΈ ALM & Deployments

Environment Variables spelen een belangrijke rol binnen ALM.

Deployment aanpak

Solution Deployment
        ↓
Definition wordt geΓ―mporteerd
        ↓
Current Value wordt ingesteld
        ↓
Applicatie gebruikt configuratie

Voordelen

βœ… Geen codewijzigingen per omgeving

βœ… Veilige deployments

βœ… Minder deploymentfouten

βœ… Ondersteuning voor pipelines


⚠️ Aandachtspunten

Doe

βœ… Maak Environment Variables altijd binnen een Solution.

βœ… Gebruik één configuratie-item per Environment Variable.

βœ… Gebruik duidelijke naamgeving.

βœ… Beheer waarden per omgeving.

βœ… Documenteer het gebruik.


Vermijd

🚫 Hardcoded waarden

🚫 Eén variable voor meerdere doeleinden

🚫 Gebruik buiten Solutions

🚫 Onduidelijke technische namen

🚫 Omgevingsspecifieke waarden in code


βœ… Best Practices

Aanbevolen

Vermijden


πŸ“Œ Samenvatting

Environment Variables zorgen voor:

πŸ‘‰ Gebruik Environment Variables voor alle configuratie die kan verschillen tussen omgevingen. Hiermee blijven oplossingen schaalbaar, beheersbaar en geschikt voor professionele ALM-processen binnen Power Platform.