Het beveiligen van integraties tussen Power Platform, Dataverse, Azure-componenten en externe systemen.
Onderwerpen
- Security Principles
- Authentication
- Authorization
- Service Accounts
- Service Principals
- App Registrations
- Managed Identities
- Secrets Management
- Azure Key Vault
- API Security
- Monitoring & Auditing
- Security Best Practices
Doel
Integraties vormen vaak een toegangspunt tot bedrijfskritische gegevens, processen en systemen.
Een functionele integratie is niet automatisch een veilige integratie.
Deze pagina beschrijft de richtlijnen voor het veilig ontwerpen, implementeren en beheren van integraties binnen Power Platform.
Security Principles
Iedere integratie moet voldoen aan de volgende principes:
- Security by Design
- Least Privilege
- Zero Trust
- Defence in Depth
- Secure by Default
Richtlijn
Beveiliging is geen aanvullende maatregel achteraf, maar een integraal onderdeel van het ontwerp.
Authentication
Authentication bepaalt hoe systemen hun identiteit bewijzen.
Voorkeursvolgorde
- Managed Identity
- Service Principal
- Service Account
- OAuth 2.0
- API Key (alleen indien noodzakelijk)
Richtlijnen
- gebruik moderne authenticatiestandaarden
- voorkom persoonlijke accounts
- gebruik Microsoft Entra ID waar mogelijk
- minimaliseer gebruik van wachtwoorden
Authorization
Authentication bepaalt wie je bent.
Authorization bepaalt wat je mag doen.
Richtlijnen
- pas het least privilege principe toe
- ken uitsluitend benodigde rechten toe
- gebruik gescheiden identiteiten per integratie
- vermijd brede beheerdersrechten
Voorbeeld
Een integratie die uitsluitend gegevens leest krijgt alleen leesrechten.
Service Accounts
Een Service Account is een gebruikersaccount dat wordt gebruikt door een systeem of integratie in plaats van door een persoon.
Toepassing
Wordt veel gebruikt voor:
- Outlook Connector
- Exchange Online
- Teams Connector
- SharePoint Connector
- SMTP Integraties
- Legacy systemen
- Power Automate Connecties
Eigenschappen
- vereist meestal een licentie
- heeft een gebruikerscontext
- kan vaak een mailbox hebben
- ondersteunt vrijwel alle standaard connectoren
Richtlijnen
- gebruik geen persoonlijke accounts
- gebruik ÊÊn Service Account per integratie
- documenteer eigenaarschap
- monitor aanmeldingen
- beheer wachtwoorden centraal
Naamgeving
Voorbeelden:
svc-powerautomate-finance
svc-sharepoint-sync
svc-dataverse-integration
Aandachtspunt
Gebruik Service Accounts alleen wanneer Managed Identities of Service Principals niet worden ondersteund.
Service Principals
Een Service Principal vertegenwoordigt een applicatie of systeemidentiteit binnen Microsoft Entra ID.
Toepassing
Wordt gebruikt voor:
- Dataverse integraties
- API authenticatie
- Azure Functions
- Azure Automation
- Logic Apps
- CI/CD Pipelines
Voordelen
- geen gebruikersaccount
- geen mailbox
- geen gebruikerslicentie nodig
- veiliger voor automatisering
- beter schaalbaar
Richtlijnen
- gebruik ÊÊn Service Principal per integratie
- documenteer eigenaarschap
- beperk rechten
- voer periodieke reviews uit
Aandachtspunt
Niet iedere Power Platform connector ondersteunt Service Principals.
Voor sommige connectoren blijft een Service Account noodzakelijk.
App Registrations
Een Service Principal wordt gebaseerd op een App Registration binnen Microsoft Entra ID.
Onderdelen
- Tenant ID
- Client ID
- Client Secret
- Certificate
- API Permissions
Richtlijnen
- gebruik duidelijke naamgeving
- documenteer eigenaarschap
- beperk API permissions
- verwijder ongebruikte registraties
Naamgeving
Voorbeelden:
app-dataverse-erp
app-project-integration
app-finance-api
Client Secrets
Client Secrets worden gebruikt voor authenticatie van een Service Principal.
Richtlijnen
- gebruik zo kort mogelijke geldigheid
- monitor verloopdata
- roteer secrets periodiek
- sla secrets nooit op in broncode
Vermijd
â Hardcoded secrets
â Opslag in JavaScript
â Opslag in plugins
â Opslag in repositories
Certificates
Certificaten vormen een veiliger alternatief voor Client Secrets.
Toepassing
- machine-to-machine communicatie
- enterprise integraties
- API authenticatie
Richtlijnen
- gebruik certificaten waar mogelijk
- monitor verloopdata
- automatiseer vernieuwing
- documenteer eigenaarschap
Managed Identities
Managed Identities zijn de voorkeursoptie voor Azure-gebaseerde integraties.
Toepassing
Geschikt voor:
- Azure Functions
- Logic Apps
- Azure Automation
- Azure Integration Services
- API Management
Voordelen
- geen secrets
- automatische credential-rotatie
- lagere beheerlast
- veiliger ontwerp
Richtlijn
Gebruik Managed Identities waar mogelijk binnen Azure-oplossingen.
Secrets Management
Secrets mogen nooit worden opgeslagen in:
- broncode
- JavaScript
- Plugins
- Cloud Flows
- repositories
- documentatie
Voorbeelden van secrets
- Client Secrets
- API Keys
- Certificates
- Connection Strings
- Shared Keys
Azure Key Vault
Azure Key Vault is de voorkeurslocatie voor het opslaan van secrets.
Gebruik voor
- API Keys
- Client Secrets
- Certificates
- Connection Strings
- Cryptografische sleutels
Voordelen
- centrale opslag
- toegangsbeheer
- auditing
- sleutelrotatie
- lifecycle management
Richtlijnen
- gebruik Key Vault voor alle bedrijfskritische secrets
- voorkom duplicatie van secrets
- documenteer eigenaarschap
- implementeer rotatieprocessen
API Security
API's vormen een belangrijk integratiepunt.
Richtlijnen
- gebruik HTTPS
- valideer alle input
- implementeer rate limiting
- gebruik API versiebeheer
- documenteer API contracten
Security Controls
Overweeg:
- OAuth 2.0
- OpenID Connect
- Conditional Access
- API Management
- IP Filtering
- Network Restrictions
Dataverse Integraties
Voor Dataverse gelden aanvullende aandachtspunten.
Richtlijnen
- gebruik Service Principals waar mogelijk
- beperk Security Roles
- volg het least privilege principe
- vermijd SYSADMIN rechten tenzij noodzakelijk
Vermijd
â Persoonlijke accounts
â Gedeelde admin-accounts
â Onbeperkte rechten
Monitoring & Auditing
Iedere bedrijfskritische integratie moet worden gemonitord.
Monitor minimaal:
- authenticatiefouten
- verlopen secrets
- verlopen certificaten
- mislukte API-calls
- permission errors
- verdachte activiteiten
Richtlijn
Security monitoring is onderdeel van de integratie en geen optionele uitbreiding.
Security Reviews
Integraties moeten periodiek worden beoordeeld.
Controleer minimaal:
- gebruikte identiteiten
- toegewezen rechten
- actieve secrets
- certificaten
- App Registrations
- eigenaarschap
Best Practices
â Gebruik Managed Identities waar mogelijk
â Gebruik Service Principals voor systeemintegraties
â Gebruik Service Accounts alleen wanneer noodzakelijk
â Sla secrets op in Key Vault
â Gebruik certificaten waar mogelijk
â Pas het least privilege principe toe
â Documenteer eigenaarschap van iedere integratie
â Implementeer monitoring vanaf de start
Veelgemaakte fouten
â Persoonlijke gebruikersaccounts gebruiken
â Hardcoded API Keys
â Hardcoded Client Secrets
â Secrets opslaan in Cloud Flows
â Onbeperkte Dataverse rechten
â Geen certificaat- of secretrotatie
â Geen monitoring
â Geen eigenaarschap
Relatie met andere onderwerpen
| Onderwerp |
Relatie |
| Integration Patterns |
Security is onderdeel van ieder integratiepatroon |
| External Integrations |
Beveiliging van concrete implementaties |
| Cloud Flows |
Gebruik van Connection References en authenticatie |
| Plugin & Custom API Development |
Beveiliging van server-side integraties |
| Environment Variables |
Configuratie van integraties |
| Operational Readiness |
Monitoring en beheer van integraties |
Samenvatting
Integration Security richt zich op het veilig ontwerpen, implementeren en beheren van koppelingen tussen Power Platform en externe systemen.
Belangrijke uitgangspunten zijn:
- Security by Design
- Least Privilege
- Service Principals voor systeemintegraties
- Service Accounts alleen wanneer noodzakelijk
- Managed Identities voor Azure-oplossingen
- Azure Key Vault voor secrets management
- Monitoring, auditing en periodieke reviews
đ Een integratie is pas succesvol wanneer deze niet alleen functioneel werkt, maar ook veilig, beheersbaar en compliant is.