1. Introductie
De structuur van een Cloud Flow volgt een vaste opbouw zodat betrouwbaarheid, onderhoudbaarheid en leesbaarheid worden geborgd.
- Trigger
- Initialisatie
- Hoofdlogica
- Foutafhandeling
π Gebruik een vaste structuur zodat flows voorspelbaar en onderhoudbaar blijven.
Structuur
Trigger β Initialisatie β Hoofdlogica β Foutafhandeling
2. Trigger
Doel: Bepaalt wanneer en waarom een Cloud Flow start
Richtlijnen
- Gebruik een duidelijke beschrijvende naam
- Vermijd te brede triggers zonder filtering
- Gebruik trigger conditions om onnodige runs te voorkomen
Voorbeelden
- When an account is modified
- When a HTTP request is received
3. Initialisatie
Doel: De Cloud Flow voorbereiden op een voorspelbare uitvoering
- Initialiseren van variabelen
- Instellen van constanten
- Controleren van basiscondities
π Gebruik variabelen alleen wanneer nodig, gebruik anders Compose voor tijdelijke waarden.
Variabelen
Richtlijnen:
- Prefix
var
- Gebruik lowerCamelCase
- Kies beschrijvende namen
Voorbeelden
- varContent
- varCountryId
- varIsApproved
Constanten
Richtlijnen:
- Prefix
const
- Gebruik lowerCamelCase
- Alleen voor waarden die niet veranderen
Voorbeelden
- constCountryCode = "NL"
- constTaxRate = 0.21
Basiscondities
Doel: Alleen doorgaan als minimale voorwaarden zijn voldaan
- Controleer alleen essentiΓ«le voorwaarden
- Vermijd complexe logica in dit stadium
4. Hoofdlogica
Doel: Bevat de kernfunctionaliteit van de Cloud Flow
Richtlijnen
- Plaats logica binnen een TRY-scope
- Gebruik sub-scopes per processtap
- Gebruik duidelijke actienamen (werkwoord + object)
- Voeg notes toe voor uitleg
Voorbeelden
- Retrieve Account
- Create Invoice
5. Foutafhandeling
Doel: Gecontroleerd afhandelen van fouten
Richtlijnen
- Gebruik één centrale CATCH-scope
- Configureer Run After: has failed / has timed out
- Plaats geen business logica in de CATCH
- Log fouten of meld via Teams/e-mail
π Zorg voor centrale en consistente foutafhandeling in alle flows.
6. Samenvatting
- Gebruik vaste structuur (Trigger β Init β Logic β Error)
- Houd flows overzichtelijk en modulair
- Scheid setup, logica en foutafhandeling
- Gebruik consistente naamgeving en scopes
β
Goed ontwerp = stabiele en onderhoudbare flows β Slechte structuur = moeilijk beheer en debugging