π§ Introductie
Change & Delivery beschrijft hoe wijzigingen (changes) gecontroleerd door de lifecycle bewegen: van eerste idee tot productie en nazorg.
Het doel is om een voorspelbare, herhaalbare en beheersbare delivery flow te realiseren, waarbij iedere wijziging traceerbaar is over de volledige keten: requirement β development β testing β release β productie.
π‘ Kernprincipe: Iedere change is herleidbaar, gevalideerd en gecontroleerd uitgerold.
π― Doel van Change & Delivery
- Beheerst doorvoeren van wijzigingen
- Voorspelbare release cycles
- Minimale risicoβs bij productie deployments
- Volledige traceability (end-to-end)
- Duidelijke scheiding tussen build, release en deploy
π Standaard Change Flow
Idea β Requirement β User Story β Development β Testing β Release β Deploy β Operate β Feedback
Deze flow volgt de ALM lifecycle en zorgt voor consistente kwaliteit en governance.
π¦ Soorten Changes
| Type |
Beschrijving |
Gebruik |
| Minor change |
Voorspelbaar, laag risico |
Kleine configuratie |
| Regular change |
Reguliere change met validatie |
Nieuwe functionaliteit |
| Emergency change |
Spoedwijziging |
Incident / productieissue |
β οΈ Emergency changes vereisen altijd achteraf validatie en integratie.
π Traceability
Iedere change moet volledig traceerbaar zijn over alle lagen:
Requirement β Story β Task β Code β Test β Release β Deployment
Dit vormt de basis voor governance, audits en quality control.
βοΈ Governance & Controls
- Alle changes worden geregistreerd in backlog (DevOps)
- Geen directe wijzigingen buiten DEV
- Deployments uitsluitend via pipelines
- Verplichte testfasen (Unit / Integration / UAT)
- Go/No-Go moment vΓ³Γ³r productie
π Geen change zonder traceability β geen deployment zonder validatie.
β‘ Power Platform β Release & Delivery Strategie
Binnen Power Platform gelden aanvullende richtlijnen vanwege het gebruik van Dataverse solutions, pipelines en solution layering.
π¦ Release types
| Type |
Beschrijving |
Wanneer gebruiken |
| Normale release |
Bundel van changes |
Sprint / geplande release |
| Patch |
Kleine bugfix (delta) |
Correcties zonder scope uitbreiding |
| Hotfix |
Urgente productie fix |
Incident / verstoring |
π§ Hoe ga je hiermee om?
-
Normale release: altijd via volledige OTAP flow
-
Patch: alleen delta deployen, geen nieuwe functionaliteit
-
Hotfix: alleen productieprobleem oplossen, daarna terug integreren
β οΈ Hotfixes mogen nooit een βlos padβ vormen β altijd terug naar de hoofdontwikkeling.
π’ Versioning
Major.Minor.Build.Revision
- Major β grote release
- Minor β uitbreiding
- Build β bugfix / patch
- Revision β hotfix
βοΈ Power Platform Richtlijnen
- Gebruik managed solutions in hogere omgevingen
- Scheiding DEV (unmanaged) vs OTAP strikt handhaven
- Deploy uitsluitend via pipelines
- Gebruik patches voor geΓ―soleerde fixes
- Voorkom handmatige wijzigingen in productie
π Deployment uitvoering
De daadwerkelijke deployment stappen (runbook) zijn apart beschreven:
π§ͺ Fabric
Voor Microsoft Fabric gelden dezelfde Change & Delivery principes, maar de implementatie is anders vanwege:
- Git-integratie
- Workspace-based development
- CI/CD pipelines (Azure DevOps / GitHub)
To be continued
π Best Practices
- Werk met kleine, beheersbare changes
- Gebruik vaste release cadance
- Automatiseer zoveel mogelijk
- Gebruik feature flags voor controle
- Houd development en deployment gescheiden