De structuur van een CloudFlow wordt als volgt opgebouwd:
- Trigger
- Initialisatie
- Hoofdlogica
- Foutafhandeling
>
Trigger
➜
Initialisatie
➜
Hoofdlogica
➜
Foutafhandeling
Trigger
Doel
De trigger bepaalt wanneer en waarom een CloudFlow start.
Richtlijnen
- Gebruik een duidelijke beschrijvende naam.
- Vermijd te brede triggers zonder filtering.
- Gebruik waar mogelijk trigger conditions om onnodige runs te voorkomen.
Voorbeelden
- When an account is modified
- When a HTTP request is received
Initialiseren
Doel
De CloudFlow klaarzetten om veilig en voorspelbaar te kunnen starten.
Onderdelen
- Initialiseren van variabelen
- Instellen van constanten
- Controleren van basiscondities
- Variabelen alleen gebruiken wanneer nodig.
- Compose gebruiken voor tijdelijke waarden.
Variabelen
Doel
Zorgen voor consistente en herkenbare variabelen binnen een CloudFlow.
Richtlijnen
- Gebruik de prefix
var.
- Gebruik
lowerCamelCase.
- Kies beschrijvende namen.
- Gebruik variabelen alleen wanneer een waarde meerdere keren wijzigt.
- Gebruik variabelen wanneer dezelfde waarde meerdere keren nodig is.
- Gebruik Compose voor tijdelijke waarden.
Voorbeelden
varContent
varCountryId
varIsApproved
Constanten
Doel
Zorgen voor consistente en herkenbare constanten binnen een CloudFlow.
Richtlijnen
- Gebruik de prefix
const.
- Gebruik
lowerCamelCase.
- Kies beschrijvende namen.
- Gebruik constanten alleen wanneer de waarde nooit verandert.
- Gebruik constanten wanneer dezelfde waarde meerdere keren nodig is.
Voorbeelden
constCountryCode = "NL"
constTaxRate = 0.21
Basiscondities
Doel
Zorgen dat de CloudFlow alleen doorgaat wanneer aan de minimale voorwaarden is voldaan.
Richtlijnen
- Controleer alleen essentiële voorwaarden.
- Gebruik leesbare en duidelijke condities.
- Vermijd complexe businesslogica; plaats deze in de TRY-scope.
Voorbeelden
- Controleren of verplichte velden aanwezig zijn.
- Controleren of een status
Active is.
Hoofdlogica
Doel
Bevat de kernfunctionaliteit van de CloudFlow.
Richtlijnen
- Plaats alle businesslogica binnen de TRY-scope.
- Structureer de logica met sub-scopes.
- Gebruik duidelijke namen (werkwoord + object).
- Voeg een Note toe om acties toe te lichten.
Voorbeelden
- Retrieve Account
- Create Invoice
Foutafhandeling
Doel
Zorgt voor het gecontroleerd afhandelen van fouten binnen de CloudFlow.
Richtlijnen
- Gebruik één centrale CATCH-scope.
- Configureer Run After voor has failed en has timed out.
- Plaats geen businesslogica in de CATCH-scope.
- Log fouten of stuur een melding via Teams of e-mail.
Tip