CloudFlows (Power Automate) worden binnen Power Platform gebruikt voor procesautomatisering, systeemintegraties en achtergrondverwerking.
Ze ondersteunen event-driven processen, gegevensuitwisseling tussen systemen en taken die buiten de Dataverse runtime worden uitgevoerd.
Om beheerbaarheid, consistentie en betrouwbaarheid te waarborgen, worden richtlijnen gehanteerd voor zowel de naamgeving als de technische inrichting van CloudFlows.
Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in de volgende onderdelen: * Naming * Design * Connection References
In dit onderdeel worden de afspraken beschreven voor het naamgeven van CloudFlows.
Een consistente naamgeving zorgt voor:
betere herkenbaarheid
eenvoudiger beheer en monitoring
duidelijke communicatie tussen teams
In dit onderdeel worden de richtlijnen beschreven voor de interne opbouw van CloudFlows.
Hierbij wordt ingegaan op structuur, opdeling in logische stappen, foutafhandeling en herbruikbaarheid.
Door deze principes toe te passen, blijven CloudFlows:
overzichtelijk
onderhoudbaar
en schaalbaar binnen de organisatie
In dit onderdeel worden de richtlijnen beschreven voor het gebruik en beheer van Connection References binnen Power Platform solutions.
Hierbij wordt ingegaan op:
- naamgevingsconventies
- gebruik van publisher prefixes
- inzet van service principals vs service accounts
- ALM en deployment-richtlijnen
- gebruik over meerdere omgevingen (DEV/TST/ACC/PRD)
Door deze richtlijnen toe te passen:
- blijven integraties consistent
- worden deployments voorspelbaar
- en blijft beheer over omgevingen heen eenvoudiger
CloudFlows worden gebruikt voor procesautomatisering, integraties en achtergrondverwerking binnen Power Platform.
De richtlijnen zijn onderverdeeld in:
🔤 Naming – naamgeving en herkenbaarheid
📏 Design – structuur, foutafhandeling en onderhoudbaarheid
🔌 Connection References – beheer van verbindingen en ALM
Gebruik de bovenstaande onderdelen om direct naar de gewenste richtlijnen te navigeren.